Twee naburige wervels vormen samen met de tussenwervelschijf ertussen, de kleine wervelgewrichten en de banden een bewegingssegment. Instabiel betekent: het segment beweegt onder belasting meer dan het zou moeten. De meest voorkomende vorm is de wervelverschuiving (spondylolisthesis), waarbij een wervel ten opzichte van de onderliggende naar voren schuift.
Bij een wervelverschuiving door slijtage geven tussenwervelschijf en wervelgewrichten mee, meestal tussen de vierde en vijfde lendenwervel. Een andere vorm begint vaak al in de jeugd met een spleet in de wervelboog. Minder vaak ontstaat instabiliteit na breuken, ontstekingen, tumoren of eerdere operaties.
Typisch is diepe lage rugpijn die bij staan, lopen en tillen toeneemt en in rust afneemt. Drukt de verschoven wervel op zenuwen, dan komen er pijn, gevoelloosheid of zwakte in de benen bij, soms ook een kortere loopafstand. Hoe ver een wervel is verschoven, zegt echter weinig over hoe ernstig de klachten zijn.
De meeste klachten zijn zonder operatie te behandelen. Vastzetten – specialisten spreken van spondylodese – komt in aanmerking als een grondige conservatieve therapie geen bevredigende kwaliteit van leven mogelijk maakt of als zenuwen blijvend in het gedrang komen. Omdat het de wervelkolom blijvend verandert, horen ook psychische belasting en de persoonlijke levenssituatie bij de afweging.