Bij een beroerte krijgt een deel van de hersenen plotseling niet meer genoeg bloed. Meestal sluit een bloedstolsel een bloedvat af; artsen spreken dan van een herseninfarct. Minder vaak scheurt een bloedvat en stroomt er bloed de hersenen in. Zonder doorbloeding krijgen de zenuwcellen geen zuurstof; hoe langer dat duurt, hoe meer weefsel verloren gaat. Deskundigen vatten dat samen in drie woorden: tijd is brein.
Kenmerkend is dat de verschijnselen plotseling optreden: een verlamming of gevoelloosheid aan één kant van het lichaam, een hangende mondhoek, problemen met spreken of begrijpen, zichtstoornissen, duizeligheid met een onzekere gang of een plotselinge, heel hevige hoofdpijn. De FAST-test helpt bij de inschatting: Face – laat de persoon lachen, Arms – laat beide armen naar voren strekken, Speech – laat een eenvoudige zin nazeggen. Valt een van de tests afwijkend uit, dan geldt Time: bel meteen 112.
Ook verschijnselen die na enkele minuten weer verdwijnen, vragen om directe medische zorg. Zo’n tijdelijke doorbloedingsstoornis kan aan een beroerte voorafgaan. De richtlijn van de wetenschappelijke verenigingen beveelt daarom aan om mensen met een beroerte, en mensen bij wie de verschijnselen net zijn weggetrokken, op een stroke unit te behandelen – ongeacht leeftijd en ernst.
De stroke unit is een afdeling voor de eerste dagen na een beroerte. Bloeddruk, hartritme, ademhaling, zuurstof, bloedsuiker en temperatuur worden voortdurend bewaakt, zodat een verslechtering of een nieuwe beroerte vroeg opvalt. Tegelijk wordt naar de oorzaak gezocht, en verpleging en therapie beginnen zodra de toestand het toelaat. Zo combineert de afdeling acute behandeling, onderzoek en de eerste stap terug naar het dagelijks leven.