Bij het sporten werken er krachten op de gewrichten die in het dagelijks leven zelden voorkomen: een draaibeweging met de voet vast op de grond, abrupt stoppen, de landing na een sprong, een val op de gestrekte arm. Vooral knie en schouder worden vaak getroffen, bij voetbal en handbal net zo goed als bij skiën of tennis.
De voorste kruisband beschermt de knie tegen verschuiven en verdraaien. Scheurt hij, dan voelen velen een knak, de knie zwelt op en zakt bij belasting door. Niet elke scheur hoeft te worden geopereerd; bij hoge sportieve eisen of een instabiele knie wordt de band meestal vervangen door een lichaamseigen pees: de kruisbandreconstructie.
De twee menisci zijn halvemaanvormige kraakbeenschijven die in de knie schokken opvangen en de belasting verdelen. Een scheur merkt u aan pijn bij draaien en hurken, soms zit de knie op slot. Waar mogelijk wordt de meniscus artroscopisch gehecht om hem te behouden; anders wordt alleen het kapotte deel verwijderd.
Aan de schouder schiet de kop van de bovenarm meestal naar voren uit de ondiepe kom. Na het terugzetten groeien het opgerekte kapsel en de afgescheurde kraakbeenrand (labrum) vaak niet stevig genoeg vast, vooral bij jonge, sportief actieve mensen. Schiet de schouder herhaaldelijk uit de kom, dan kan een artroscopische stabilisatie helpen.