Na een operatie doet de wond pijn – een normale reactie van het lichaam op de ingreep. Hoeveel, hangt af van de operatie en verschilt van mens tot mens. Grotere ingrepen aan de buik, de borstkas of aan botten en gewrichten horen bij de pijnlijkere. Anders dan chronische pijn heeft deze pijn een duidelijke oorzaak en neemt hij af naarmate de wond geneest.
De pijn verlichten is meer dan een kwestie van comfort. Wie door pijn oppervlakkig ademt, nauwelijks hoest en lang blijft liggen, heeft een hoger risico op longontsteking of trombose. Hevige, onvoldoende behandelde pijn kan het herstel vertragen en in sommige gevallen chronisch worden.
De behandeling bestaat daarom uit meerdere bouwstenen. Pijnstillers met een verschillende werking worden gecombineerd en volgens een vast tijdschema gegeven. Is dat niet genoeg, dan komt er een pijnpomp bij die patiënten zelf bedienen: patiëntgestuurde analgesie, kortweg PCA. Na grote ingrepen kan een dunne katheter dicht bij het ruggenmerg of bij een zenuw van arm of been de pijngeleiding dagenlang dempen. Koelen, een goede houding in bed en vroeg bewegen vullen de medicijnen aan.
De pijn wordt gemeten met een eenvoudige schaal van 0 voor geen pijn tot 10 voor de ergste pijn die u zich kunt voorstellen. Het doel is niet per se nul, maar een score waarbij ademen, hoesten, opstaan en slapen goed mogelijk zijn. Doorslaggevend is wat de patiënt zelf ervaart – daarom vragen verpleging en artsen er regelmatig naar.