Rugpijn is een van de meest voorkomende klachten: de meeste mensen hebben er minstens één keer in hun leven last van. In de meeste gevallen is er geen enkele duidelijke oorzaak te vinden. Dan helpen vooral bewegen, fysiotherapie en geduld, en zijn injecties niet de eerste stap.
Anders is het als de pijn een aanwijsbare bron heeft. Een geprikkelde zenuwwortel, bijvoorbeeld door een hernia of een nauw wervelkanaal, stuurt de pijn het been in. De kleine wervelgewrichten, ook facetgewrichten genoemd, veroorzaken eerder diepe pijn in de onderrug, die na lang staan toeneemt, ’s ochtends met stijfheid gepaard gaat en bij vooroverbuigen verbetert.
Interventionele pijnbehandeling betekent: een fijne naald brengt het middel onder röntgen-, CT- of echogeleiding precies op die plek. Vaak is het een plaatselijk verdovingsmiddel, dikwijls samen met een ontstekingsremmende stof die prikkeling en zwelling bij de zenuw moet dempen. Bij de wervelgewrichten kunnen de fijne pijnvezels bovendien met warmte worden uitgeschakeld – specialisten spreken van radiofrequente denervatie.
De injectie kan ook helpen bij de diagnose: verdwijnt de pijn na een kleine testdosis bij een bepaald gewricht of een bepaalde zenuw, dan wijst dat op die bron. Bij chronische pijn die langer dan drie maanden bestaat, is ze een bouwsteen naast beweging, fysiotherapie en psychologische ondersteuning – geen vervanging daarvan.