Het maagonderzoek, in vaktaal gastroscopie, maakt het slijmvlies van het bovenste deel van het spijsverteringskanaal zichtbaar. Een ongeveer vingerdikke, buigzame slang, de gastroscoop, wordt via mond en keel opgevoerd. Aan de punt zitten een lampje en een camera; de beelden verschijnen direct op een beeldscherm. Zo kunnen slokdarm, maag en twaalfvingerige darm – het eerste deel van de dunne darm – nauwkeurig worden bekeken.
Aanleiding zijn vaak aanhoudend brandend maagzuur, druk of pijn in de bovenbuik, misselijkheid of herhaaldelijk braken. Ook slikklachten, onbedoeld gewichtsverlies of bloedarmoede zonder duidelijke oorzaak zijn redenen om beter te kijken. Er wordt gezocht naar ontstekingen van de slokdarm of het maagslijmvlies, naar zweren en vernauwingen – en naar veranderingen die men het liefst zo vroeg mogelijk ontdekt.
Vaak gaat het ook om Helicobacter pylori. Deze bacterie kan het maagslijmvlies langdurig ontsteken en zweren bevorderen; een sneltest op een weefselmonster toont haar aan. Voor sommige ingrepen aan de maag, bijvoorbeeld voor behandelingen tegen ernstig overgewicht, hoort een maagonderzoek bovendien bij de voorbereiding.
Het onderzoek is kort, maar het inbrengen van het instrument kan een kokhalsreflex opwekken. Een verdovende keelspray dempt die. Daarnaast kan een sedatie worden gegeven, in de volksmond een ‘roesje’: via een ader wordt een slaap- of kalmeringsmiddel toegediend, en de meeste mensen doezelen weg zolang het onderzoek duurt. De richtlijn beveelt aan om iedereen een roesje aan te bieden; eenvoudige onderzoeken lukken echter ook zonder.