Na een operatie, een ongeval of een brandwond sluit het lichaam de huid met littekenweefsel. In het gunstigste geval blijft er een smalle, vlakke lijn over, iets lichter dan de omringende huid. Soms wordt het litteken echter breed, rood en verdikt, of het zakt in en hecht vast aan diepere lagen.
Specialisten onderscheiden ingezonken, zogenoemde atrofische littekens van verheven, hypertrofische littekens. Woekert een litteken ver buiten de oorspronkelijke wond, dan spreekt men van een keloïd. Hoe een litteken wordt, hangt af van huidtype, leeftijd, plek op het lichaam en spanning: op schouder en borstbeen, bij jonge mensen en dwars op de natuurlijke huidlijnen ontstaan eerder opvallende littekens.
Een litteken kan het uiterlijk storen, maar ook jeuken, trekken, pijn doen of over een gewricht de beweging beperken. En het heeft tijd nodig: littekens rijpen gedurende vele maanden, pas daarna is betrouwbaar te beoordelen wat een correctie kan opleveren.