Hallux valgus, ook wel scheefstand van de grote teen genoemd, is een van de meest voorkomende standafwijkingen van de voet. De grote teen buigt af naar de kleine tenen, het eerste middenvoetsbeen naar de binnenkant. Zo steekt het grondgewricht van de grote teen aan de binnenrand van de voet uit – de knobbel die in de schoen drukt en pijn doet. Vrouwen hebben er vaker last van, vaak speelt aanleg mee; smalle schoenen met hoge hakken en een spreidvoet kunnen de standafwijking verergeren.
Na verloop van tijd kan de hele voorvoet veranderen: de naastgelegen tenen worden verdrongen en krommen zich tot hamer- of klauwtenen, onder de kopjes van de middenvoetsbeentjes ontstaat pijnlijk eelt. Slijt het kraakbeen in het grondgewricht van de grote teen, dan wordt de teen stijf. Deze hallux rigidus komt ook voor zonder scheefstand.
Eerst komt de behandeling zonder operatie: schoenen met zacht bovenleer en genoeg ruimte, steunzolen, kussentjes, spalkjes, tape en fysiotherapie. Die kunnen pijn verlichten, maar zetten de teen nauwelijks weer recht. Blijven de klachten na ongeveer drie maanden bestaan, beperken ze het lopen of past er nauwelijks nog een schoen, dan komt een operatie in aanmerking. Maatstaf zijn de klachten, niet het uiterlijk.
Bij de operatie wordt meestal het eerste middenvoetsbeen doorgezaagd, verschoven en met schroeven of een plaatje gefixeerd – een correctie van de botstand of osteotomie, soms via zeer kleine sneetjes. Ingrepen aan pezen en gewrichtskapsel houden de teen in de nieuwe positie. Bij een sterke standafwijking, een instabiel gewricht in de voetwortel of artrose kan het vastzetten van het gewricht de betere keuze zijn. Geen van de gangbare technieken is duidelijk beter dan de andere.