Echocardiografie is een echografisch onderzoek van het hart. Een echokop zendt geluidsgolven uit die door hartspier, kleppen en bloed in verschillende mate worden teruggekaatst. Een computer zet de echo’s om in bewegende beelden. Anders dan bij een röntgenfoto of een ct-scan is er geen stralingsbelasting.
De standaardmethode heet transthoracale echocardiografie: het geluid bereikt het hart via de borstkas. U ligt daarbij meestal op uw linkerzij; een gel zorgt voor goed contact tussen huid en echokop. Via de ruimtes tussen de ribben en vanonder het borstbeen wordt het hart vanuit verschillende richtingen in beeld gebracht. De dopplertechniek maakt bovendien richting en snelheid van de bloedstroom zichtbaar; zo vallen vernauwde of lekkende kleppen op.
De uitslag beantwoordt veel vragen tegelijk. Hoe groot zijn de kamers en boezems, hoe dik zijn de wanden? Hoe krachtig pompt de linkerkamer, uitgedrukt als het uitgepompte deel, de ejectiefractie? Bewegen afzonderlijke delen van de wand minder goed, bijvoorbeeld na een hartinfarct? Ook vocht in het hartzakje, bloedstolsels in het hart en aanwijzingen voor een verhoogde druk in de longcirculatie zijn te herkennen. Veelvoorkomende aanleidingen zijn kortademigheid, gezwollen benen, een hartruis, ritmestoornissen, langdurig hoge bloeddruk of de controle van een bekende hartaandoening.
Sommige vragen vereisen bijzondere vormen. Bij een slokdarmecho, de transoesofageale echocardiografie, wordt een dunne echokop via de slokdarm tot achter het hart gebracht. Dat laat kleppen, boezems en stolsels zeer nauwkeurig zien; het onderzoek gebeurt nuchter, met een verdoofde keel en vaak met een kalmerend middel. Bij een stressecho wordt het hart onderzocht tijdens lichamelijke inspanning of onder invloed van medicijnen die het hart belasten, om doorbloedingsstoornissen op te sporen. Is de beeldkwaliteit onvoldoende, bijvoorbeeld bij longziekten, dan kan een echocontrastmiddel helpen.