Eén enkele bloeddrukwaarde bij de arts zegt vaak weinig. Spanning kan die opdrijven; dan spreekt men van wittejassenhypertensie. Omgekeerd kan een verhoogde bloeddruk in het dagelijks leven schuilgaan achter normale waarden bij de arts. De 24-uursbloeddrukmeting brengt beide in kaart: een klein apparaat aan uw riem pompt op vaste tijden een manchet om uw bovenarm op, overdag en ’s nachts, en slaat elke waarde op.
Beoordeeld worden de gemiddelde waarden over 24 uur, over de uren dat u wakker bent en over de slaap. Volgens de aanbevelingen van de Europese Vereniging voor Hypertensie, die de Duitse Hochdruckliga overneemt, wijst een 24-uursgemiddelde vanaf 130/80 mmHg op hoge bloeddruk, net als een gemiddelde overdag vanaf 135/85 of tijdens de slaap vanaf 120/70 mmHg. Normaal gesproken daalt de bloeddruk ’s nachts met minstens tien procent. Blijft die daling uit, dan is dat een bevinding op zich.
Een pacemaker geeft het hart een impuls zodra het eigen ritme te traag wordt of wegvalt. Het apparaatje van ongeveer vijf centimeter zit meestal onder het sleutelbeen en is via een of meer draden met het hart verbonden. Het werkt jarenlang zelfstandig. Om ervoor te zorgen dat batterij, draden en instellingen bij de behoeften van het hart blijven passen, zijn wel regelmatige controles nodig.
Bij de controle leest een programmeerapparaat de gegevens draadloos uit, meestal via een kop die op de huid boven het apparaat wordt gelegd. Gecontroleerd worden de batterijstatus, de toestand van de draden en de prikkeldrempel: de kleinste hoeveelheid energie die het hart nog betrouwbaar prikkelt. Opgeslagen gebeurtenissen, zoals periodes van boezemfibrilleren, worden beoordeeld. Na de eerste controle in de weken na de implantatie volgen meestal afspraken om de zes tot twaalf maanden, tegen het einde van de levensduur van de batterij vaker. Veel systemen kunnen daarnaast op afstand worden bewaakt. Geïmplanteerde defibrillatoren worden volgens hetzelfde principe gecontroleerd, vaak met kortere tussenpozen.