Onder de lever ligt de galblaas, een peervormig zakje waarin de gal zich verzamelt. Tijdens het eten trekt de galblaas samen en geeft ze de vloeistof af aan de darm, waar die vet verteerbaar maakt. Bevat de gal meer cholesterol dan ze opgelost kan houden, dan ontstaan er kristallen – daaruit kunnen in de loop der jaren stenen groeien.
Vrouwen krijgen er vaker mee te maken dan mannen; het risico stijgt met de leeftijd, bij overgewicht en bij erfelijke aanleg. Ook snel gewichtsverlies, bijvoorbeeld na een obesitasoperatie, bevordert het ontstaan van stenen. De meeste mensen merken er niets van: de stenen worden toevallig bij een echo ontdekt en worden, zolang ze zich rustig houden, alleen in de gaten gehouden.
Raakt een steen bekneld in de uitgang van de galblaas, dan trekt het orgaan krampachtig samen. Deze galsteenkoliek geeft hevige, golvende pijn in de rechterbovenbuik, straalt vaak uit naar de rug of schouder en begint doorgaans na een vette maaltijd, meestal samen met misselijkheid. Na een eerste koliekaanval volgen er vaak meer.
Waarschuwingssignalen zijn koorts, pijn die niet afneemt en een gele huid of gelige ogen, vaak samen met donkere urine en lichte ontlasting. Daarachter kan een ontstoken galblaas zitten of een steen die de galgang afsluit – dat moet nog dezelfde dag door een arts worden beoordeeld.